Vóór de behandeling
De uroloog of urologieverpleegkundige neemt voor de behandeling uitgebreid met u door wat er gaat gebeuren. Schrijf uw eventuele vragen op, zodat u ze niet vergeet te stellen.
De anesthesioloog bespreekt met u de narcose voor de behandeling.
Op de dag van de behandeling wordt u opgenomen op de afdeling Urologie. U moet vanaf ’s nachts 24.00 uur nuchter blijven. Dit betekent dat u vanaf dat tijdstip niets meer eet en drinkt.
U krijgt als voorbereiding op de behandeling een klysma. Dit is een vloeistof in een spuitje om de darm schoon te maken.
Op de dag van de behandeling krijgt u eenmalig een bloedverdunnend middel per injectie toegediend.
Na de behandeling
Na de behandeling komt u weer terug op afdeling Urologie. Hier blijft u een nacht ter observatie. U heeft een infuus en er worden regelmatig controles bij u gedaan. U mag deze dag wel drinken, maar nog niet eten. Ook heeft u gedurende deze dag nog bedrust.
De dag ná de behandeling mag u weer naar huis. De urologieverpleegkundige neemt binnen een week telefonisch contact met u op om de behandeling met u na te bespreken.
De behandeling zelf is niet pijnlijk. Wel kunt u na de behandeling wat pijn hebben aan de endeldarm. Deze pijn wordt veroorzaakt door de probe die in de endeldarm ingebracht was. Hiervoor kunt u paracetamol gebruiken. Ook kunt u tijdelijk problemen hebben met de stoelgang. Geef dit tijdig aan, u kunt hier medicatie voor gebruiken.
Gedurende acht tot twaalf weken kunt u hinder ondervinden bij de afvoer van de urine. Zowel via de gewone weg als via het slangetje.
U kunt last hebben van bloed bij de urine; vaker en onverwachts plassen; urineverlies bij inspanning of hoesten en uitplassen van afgestorven weefsel.
Na drie weken komt u op controle op de polikliniek Urologie, zowel bij de uroloog als bij de urologieverpleegkundige. Heeft u vragen of problemen, dan kunt u natuurlijk altijd eerder contact opnemen.
Adviezen na de HIFU-behandeling
Pers niet hard bij het hebben van ontlasting.
U gaat naar huis met een slangetje in de plasbuis of buik, de zogenaamde suprapubische katheter. U krijgt van de afdeling en de urologieverpleegkundige informatie en materialen mee om op een goede manier met de slang om te gaan.
Let goed op de urineproductie en de kleur van de urine. Is de urine donker en/of troebel, dan moet u meer drinken.
Neem contact op met de polikliniek urologie of de urologieverpleegkundige als de slang niet goed of helemaal niet afloopt.
U kunt wat urine langs de slang verliezen. Dat komt door blaaskrampen. Hier zijn medicijnen voor. Daarvoor kunt u een recept aan de uroloog vragen.
Ga niet in bad met het slangetje. Neem een douche in verband met de hygiëne.
Blijf na de behandeling voldoende drinken. Minimaal twee liter per dag. Tenzij uw uroloog anders heeft geadviseerd.
Waarschuw de uroloog of de urologieverpleegkundige als u zich niet lekker voelt en koorts krijgt.
Na de behandeling kunt u uw dagelijkse activiteiten weer oppakken. Echter zolang u een katheter in de plasbuis hebt, wordt afgeraden te fietsen.